Logo fysiotherapie Hazenkamp

Voor Jelle, Pip, Yasmin, Yesser, Abel en al die andere kinderen die niet passen in ons schoolsysteem

Onlangs las ik dat we voorzichtig moeten zijn met het labelen van kinderen als zijnde hoogbegaafd wanneer we alleen de zijnskenmerken zien. Dit zette me aan het denken. Ben ik het daarmee eens? Ik vermoed dat de schrijver bij hoogbegaafdheid graag ziet dat een leerling binnen het schoolsysteem in staat is hoge prestaties te leveren of op een IQ test laat zien rond de 130 of hoger te scoren. IQ testen die zijnskenmerken niet meten, een moment opname zijn en dat meten wat meetbaar is. Maar wat is hoogbegaafdheid eigenlijk? En is het zo dat we niet van hoogbegaafdheid kunnen spreken wanneer we alleen zijnskenmerken zien?

Wat nu als deze kinderen door die zijnskenmerken, die vaak samengaan met een grote mate van sensitiviteit en een opmerkelijk waarnemingsvermogen en een groot bewustzijn, heel druk zijn met het waarnemen van hun omgeving? Met het leren vanuit context? Door te ervaren, te leven, te doen? Wat als hun sensitiviteit als ze jong zijn, geen ruimte biedt voor schoolse taken die als geïsoleerde vaardigheden worden aangeboden en waar de link met hun huidige leerbehoefte en ontwikkelvraag ontbreekt? Wat als deze kinderen helemaal geen ruimte voelen voor een klaslokaal omdat ze met hun talenten, die nog volop aandacht vragen en in ontwikkeling zijn, een hele andere leerbehoefte hebben en het schoolse leren niet aansluit bij hun zone van naaste ontwikkeling, maar wordt ervaren als een opgedrongen leertraject? Ben je dan niet hoogbegaafd? Of, zijn niet alle aspecten die ook bij hoogbegaafdheid kunnen horen zichtbaar? En kan het zijn dat wanneer we deze kinderen de ruimte geven zich op hun eigen manier te mogen ontwikkelen, ze later mogelijk wel tot grote (academische) prestaties in staat zijn omdat tijd, plaats, nut en noodzaak, vanuit intrinsieke motivatie dan wel aanwezig zijn? Omdat ze dan als mens hebben mogen groeien, ze hebben mogen leren welke duiding past bij alle indrukken die ze opdoen en alles wat ze voelen? Als ze weten wie zij zijn in relatie tot de ander en de wereld, als de wereld niet overspoelt, maar beleefd kan worden vanuit een veilige setting, met een goed zelfbeeld en anderen die hen werkelijk zien?

Maken we deze kinderen niet ziek als we ze forceren in een ontwikkeltraject waar ze nog helemaal niet aan toe zijn? Niet omdat ze beperkt zijn, maar omdat hun talent, hun sterke bewustzijn, eerst aandacht nodig heeft en gezien mag worden? Het zijn de kinderen die zich niet kunnen concentreren in de klas, de creatievelingen, de dromers, de kinderen die lichamelijke klachten krijgen als ze naar school gaan. In plaats van te denken dat er wat mis met ze is, kunnen we ons ook af gaan vragen wat er in de omgeving mist waardoor deze kinderen niet floreren binnen het schoolsysteem. Zet de vis in de woestijn en vraag de kip te vliegen……………….

We zien het aantal thuiszitters nog steeds toenemen, de kosten voor jeugdzorg rijzen de pan uit. De vraag die we ons mogen stellen is niet wat er mis is met de kinderen, maar wel wat er mis is met de manier waarop we omgaan met deze kinderen. We vragen ze dat te doen wat niet past, ze worden ziek, en vervolgens gaan we denken dat er iets gefikst moet worden wat er in basis al niet was, om ze maar weer in het systeem te krijgen. Mogen we uitgaan van de heelheid van al deze kinderen? Ze waren perfect bij hun geboorte, ze gingen perfect hun eerste stappen zetten buiten de veilige haven van het gezin. En pas toen wij niet meer aansloten bij hun ontwikkelvraag ging het mis. Hun gedrag is een natuurlijke reactie op een ongezonde situatie.

Mogen we alsjeblieft gaan omdenken, liever gisteren dan vandaag? Maak niet ziek wat heel is, praat niet recht wat krom is. Ieder kind heeft recht op een gezonde ontwikkeling. Binnen de huidige mogelijkheden en de manier waarop we nu de boel georganiseerd hebben, worden kinderen ziek waar niets mis mee is en we willen het oplossen op de manier die wederom ziek maakt.

Mogen we alle kinderen echt gaan zien? Mogen we kinderen die uitvallen laten helpen door mensen die ze echt kunnen zien, met kennis en kunde? En niet door mensen die toevallig voldoen aan alle wetten van het systeem. Want, weet je nog, het systeem zorgt juist voor uitval. Juist die out of the box denkers waren misschien wel die kinderen van toen die nu eenmaal volwassen, deze kinderen zo goed begrijpen en kunnen helpen hun eigen weg te vinden en stevige volwassenen te worden. Mag dat? Of blijven we proberen van rondjes vierkantjes te maken?

 

 

De schoen die de een past, knelt bij de ander; er is geen recept voor het leven dat in alle gevallen past.’ Carl Jung

Steeds vaker zitten ze aan mijn tafel, kinderen en jongeren die heel hard moeten werken om zichzelf weer terug te vinden. Ze zijn in de war gebracht door een systeem dat niet past. Docenten doen hun best, maar voor deze groep kinderen past de vorm en het aanbod waartoe zij beschikking hebben niet.
Zo is daar Lotte, als pientere sensitieve kleuter ging ze vol enthousiasme naar school. Al vanaf dag één voelde ze dat er in de interactie tussen juf en kinderen dingen gebeurden die ze niet kon rijmen met hoe zij de wereld ervaarde. Dingen die veel mensen ontgaan omdat ze minder fijngevoelig zijn. De leerkracht die een groep mag managen en niet altijd tijd en aandacht heeft voor al die individuutjes met hun eigen gevoeligheden en behoeften. Een leerkracht die zelf als mens ook nog lerend is. Die kleine Lotte raakte verward. Ze wilde er graag bij horen en probeerde de groepsregels te begrijpen vanuit haar bewustzijn. Vier jaar, heel gevoelig, maar nog niet de levenservaring om alles wat ze waarnam te duiden in woorden en te snappen op een niveau waarop er weer veiligheid kon ontstaan.
Zo verdween dit enthousiaste meisje. Ze werd angstig. Er kwamen gesprekken, één op één aandacht, therapie voor haar angst, maar echt helpen deed het niet. Er kwam een schoolwissel. Want de angst en weerstand richting school waren zo groot geworden, dat de betrokken volwassenen niet meer wisten hoe ze Lotte nog konden helpen. De juf had vanalles geprobeerd, wilde heel graag, maar voelde zich machteloos.
Er werd een andere school gekozen, met meer projecten, meer klassenoverstijgend onderwijs en een fijne sfeer. Toch lukte het hier ook niet. Lotte was zo angstig en zo gevoelig voor alles wat maar enigszins onduidelijk was dat ze zichzelf niet meer durfde te laten zien. De angst overheerste. Lotte wist niet meer hoe ze zichzelf moest zijn in een groep. Ze was de hele dag druk met voelen, waarnemen, kijken wat er gebeurde en wat er verwacht werd. Dit kostte zoveel energie dat er geen ruimte over bleef voor wie zij was en wat zij nu echt nodig had. Ze kwam doodmoe uit school, iedere dag weer. In de vakantie knapte ze weer op. Het duurde niet lang of Lotte kwam thuis te zitten.
Kinderen als Lotte hebben een sterk bewustzijn. Ze zien al heel scherp waar volwassenen nog dingen mogen leren. Ze zijn echter ook nog kinderen. Kinderen die volwassenen nodig hebben om de wereld te leren begrijpen, gevoelens te leren hanteren en gedrag te leren duiden op zo´n manier dat je jezelf en de ander geen geweld aandoet. Ze snappen nog niet dat iedereen zelf bepaalt wat hij wanneer wil leren. Ze begrijpen ook nog niet dat de ander niet hoeft te zien wat jij ziet. Iedereen heeft zijn eigen werkelijkheid, neemt waar vanuit het eigen perspectief en handelt daarnaar. We kunnen om fijn samen te leven werken aan communicatie en zelfbewustzijn, de relatie met onszelf, de ander en de wereld. Maar we kunnen niet bepalen wat we vinden dat de ander moet leren als het gaat over aangaan van onhandigheden in gedrag of oud zeer.
Op school zijn we niet zo bezig met lessen in zelfbewustzijn. Je gaat naar school om schoolse vaardigheden te leren. Bij kinderen als Lotte ligt er echter een hele andere leervraag. De vraag over wie zij zijn op deze wereld en wat dit betekent voor de relatie met de ander en die wereld. Zonder aandacht te besteden aan deze essentiële behoefte raken kinderen als Lotte de weg kwijt en verliezen ze vooral zichzelf. Zonder zelfvertrouwen, het gevoel dat je gezien en begrepen wordt, het gevoel dat je gehoord wordt in jouw leervragen, kun je niet tot leren komen op een manier die de school van je vraagt. Deze kinderen proberen te overleven binnen het systeem. Om je nieuwe vaardigheden eigen te kunnen maken moet je veiligheid ervaren, en die veiligheid ontbreekt. Niet omdat het onderwijs zo slecht is, maar omdat het niet aansluit bij kinderen zoals Lotte.
Gelukkig zijn er o.a. particuliere initiatieven, B3 scholen, plekken waar zorg en onderwijs gecombineerd worden, waar veel Lottes ruimte vinden voor dit essentiële deel van hun zijn. Waar ze voelen dat ze niet raar zijn, waar ze ervaren dat er niets mis met ze is. Kinderen als Lotte hebben vooral ruimte nodig om weer te mogen voelen, ervaren en groeien in een omgeving met veilige kaders, aangegeven door volwassenen met een groot zelfbewustzijn, die authentiek zijn, kunnen reageren met een grote gevoeligheid voor wat de ander nodig heeft en zich bewust zijn van eigen blessures. Binnen een dergelijke setting is er geen therapie nodig, maar kan de tijd angst helen en kunnen Lottes op deze wereld al hun vragen over zichzelf en de wereld kwijt. Dan ontstaat er weer een veilige basis en kunnen er vandaaruit vaardigheden geleerd worden die weer handig zijn voor hun verdere leven. Vanuit ruimte, begrip, veiligheid en de natuurlijk intrinsieke behoefte om te willen leren.
Er is niets mis met Lotte en haar vrienden. Maar daar waar de schoen knelt, raken ze geblesseerd. Die blessure lossen we niet op door ze dezelfde schoen te blijven aanbieden. Een ruimer paar helpt helen!

 

Veiligheid

Hoogbegaafde kinderen zijn meesters in het zichzelf verstoppen. Als ze zich niet gehoord en gezien voelen gaat er een masker op en zien we, als we niet goed kijken, niet meer hoe het werkelijk gaat met een kind. Wat zien we o.a. wel?

  • Een vrolijk kind, doet wat er gevraagd wordt, er lijkt niets aan de hand.
  • Onrust, gebrek aan aandacht, veel bewegen, spanning.
  • Teruggetrokken gedrag, faalangst.
  • Wisselende prestaties of dalende prestaties.
  • Weerstand bij het naar school gaan.
  • Kinderen die je tijdens communicatie ziet zoeken naar woorden terwijl ze je aankijken. Alsof ze continue checken of ze het juiste zeggen om jou tevreden te stellen.


Thuis valt het masker af. De reden waarom we ouders nodig hebben bij de duiding van wat kinderen van ons vragen.

Willen we dat een kind zich laat zien, dan is het nodig dat wij kijken wat er nodig is om veiligheid te creëren. Zolang het kind zich onveilig blijft voelen, zal het zich niet laten zien en roeien met de riemen die het heeft om te overleven.

Dit waarnemen, duiden, zit vaak niet in je opleiding. Het vraagt namelijk ook wat van jouw zelfbewustzijn. Durf jij te accepteren dat jij (nog) niet veilig bent voor dit kind en daar wat aan te gaan doen?

Ook ik maak het mee. Kinderen die vol spanning bij me zitten. Zonder oordeel blijven communiceren, houvast bieden door ouders toe te laten in de ruimte, knuffels op schoot, beweging toestaan, zijn allemaal manieren om te bouwen aan veiligheid. En als het lukt vertrouwen te winnen, dan kun je bouwen aan ontwikkeling. Dan pas en niet eerder. Zonder veiligheid en vertrouwen willen werken aan gedrag is het kind trucjes aanleren. Het kind zal, omdat het voelt dat het verwacht wordt, sociaal wenselijk gedrag vertonen. Dit gedrag gaat het echter niet volhouden omdat de verbinding met de werkelijke behoefte van het kind niet gemaakt is. En die verbinding hebben we nodig om kinderen werkelijk te kunnen helpen. Die verbinding gaan ze pas maken als wij veilig zijn en ze werkelijk zien.

Kan een afbeelding zijn van 1 persoon en straat

Tijn.

Dit jaar leerde ik Tijn kennen. De eerste keer kwam hij met zijn ouders om kennis te maken. Ik zag een rustige vriendelijke jongen met een groot hart. Ik hoorde dat hij in het verleden worstelde met intense emoties. Hij had zijn gedrag niet altijd in de hand gehad. Maar leergierig en intelligent als hij is, had hij hulp aanvaard en staat hij nu steviger in het leven.
De overstap naar het VO was wel weer een nieuwe uitdaging. Want als intens levende jongere komen er dan weer veel nieuwe te verwerken indrukken op je af. De middelbare school kan voelen als een jungle waarin je de weg nog niet weet en jouw in ontwikkeling zijnde kompas nog niet volledig kunt of durft te vertrouwen. Zo is dat ook voor Tijn.
Ik heb het voorrecht dat ik met Tijn in gesprek mag. Eens in de zoveel tijd komt hij bij mij. We hebben het over hoe het gaat, wat hij ervaart, denkt, voelt en wat hem bezighoudt. Hij stelt mij vragen over wie ik ben, wat ik denk, ervaar, voel en beleef. Een gelijkwaardig gesprek tussen twee mensen in een andere levensfase.
Verbinding voelen, altijd, maar vooral ook juist nu, in deze fase van opgroeien, waarin de wereld groter wordt en de vraag wie je bent in deze wereld, de zin van bestaan, de zin van jouw bestaan, meer op de voorgrond komt, is zo ontzettend belangrijk voor jongeren als Tijn.
Ik ben blij dat ik er voor Tijn mag zijn. Ik ben blij dat ik me mag spiegelen aan zijn verwondering. Ik ben blij dat hij zich met mij durft te verbinden. Want in verbinding ontstaat groei. In verbinding kunnen we het leven delen, kwetsbaarheid tonen en kracht ontdekken. In verbinding kunnen we zingeving ervaren. In verbinding ervaar je dat jij er toe doet. En dat geef ik Tijn graag mee!

De leerkuil.

De leerkuil en hoogbegaafde kinderen zijn regelmatig geen vrienden. Zo ook bij Janne, 11 jaar, IQ 145+. Janne gaat de leerkuil alleen in wanneer er iemand naast haar zit. Bang om te falen in haar poging iets nieuws te leren. Liever begint ze er maar niet aan want, de intensiteit van de onmacht is te groot om te willen dragen. Ze heeft iemand nodig die haar angst ziet, haar blokkades, en haar stap voor stap, vanuit veiligheid, nabijheid en vertrouwen, door dit proces heen helpt. Janne ervaart iedere nieuwe uitdaging als een geval apart. Bij rekenen zijn er leerkuilen, bij pianoles en bij turnen. Ze leunt op de ondersteuning van de aanwezige volwassenen om erdoor te komen. Haar eigen bewustzijn, zelf actief aanwezig zijn bij die angst en nadenken over wat er nodig is om de situatie aan te kunnen, voelt nog te bedreigend. We willen echter heel graag dat Janne groeit in zelfstandigheid en minder afhankelijk wordt van volwassenen. Haar leerproces stagneert als we haar niet in de gaten houden. Er zijn vanaf een bepaald niveau zaken waarbij je toch echt uitleg en hulp nodig hebt om verder te komen. Ze kan het niet alleen.

We kunnen alleen veranderen als we dit zelf willen en als we ons bewust zijn van wat we doen om ons huidige gedrag in stand te houden. Janne is zich onvoldoende bewust. Iedere keer overkomt het haar weer en heeft ze een volwassene nodig om bewust aan de slag te gaan met de angst voor falen. Er nog vaker met haar over praten? Nog eens vertellen dat je van proberen kunt leren? Dat het niet erg is fouten te maken? Dat we allemaal fouten maken? Voorbeelden geven? Het helpt allemaal niets. Janne blijft dit gevoel ontwijken, het is te pijnlijk.

Janne kwam bij mij. Ik kende haar verhaal en dacht na over hoe ik haar motivatie kon aanwakkeren om met dit pijnpunt aan de slag te gaan. Ik bedacht me dat verandering begint bij bewustzijn. Werkelijk bewust worden we pas als we voelen wat iets met ons doet en we daar vragen over durven stellen aan onszelf. Een van buiten opgelegd inzicht is nog lang geen werkelijk inzicht. Zolang het in je hoofd blijft zitten en het je hart niet raakt kun je er weinig mee.

Janne zat aan mijn tafel. Ik vroeg haar te benoemen welke vaardigheden ze vanaf haar geboorte geleerd had. We maakten een lijst. Deze lijst verdeelden we in vaardigheden die ze zich moeiteloos eigen had gemaakt, zonder zichtbaar leerproces, vaardigheden waar ze een beetje voor had moeten oefenen, en vaardigheden die een grote inspanning vroegen. Deze vaardigheden plaatsten we op een tekening van de bekende berg die deels boven en onder water staat. Zo ontstonden er drie niveaus. Boven water, half boven water en onder water. Hier liet ik haar gevoelsmonsters bij plaatsen. Dit zijn grappige kaartjes van monsters die allerlei verschillende emoties uitbeelden. Dat ging vlot. Ik vroeg toen ze klaar was waar ze zich het liefst bevond. Ze wees de plek onder water aan. Daar waar het leerproces onzichtbaar was. Daar stonden wel vrolijke monsters, maar ook de monsters van verveling. Ik keek naar de bovenste rij en zag daar een ontzettend blij monster, maar ook de monsters van paniek en angst. Ik vroeg Janne welke monsters blijer waren. Die boven of onder water. Janne gaf onmiddellijk aan dat die boven water veel blijer waren. Want, ze was ontzettend blij als het dan eindelijk lukte. Ik vroeg of het dan klopte dat ze, omdat die andere gevoelens zo naar waren, er toch voor koos dit blije gevoel niet te willen ervaren. Ik zag verwarring op haar gezicht voordat ze ja zei. Ik vroeg haar of het klopte dat ze in verwarring raakte. ‘Ja’, zie Janne, ’ik vroeg me af of ik dat echt niet wil voelen’.

Janne werd door dat wat ze zelf had neergelegd, geconfronteerd met dat wat er in haar bewoog. Ze werd zich werkelijk bewust van dat wat ze zichzelf ontnam. Niet ik, maar zij had dit inzicht gecreëerd. De opening naar groei is gemaakt. Dit beeld dat voor haar ogen op tafel lag, was sterker dan alle gesprekken over mindset en mogen falen. Het kwam binnen en zij ging zichzelf die hele belangrijke vraag stellen: ’Wil ik deze blijdschap echt niet voelen?’ Het antwoord gaf ze nog niet. De intensiteit van dit stukje bewustwording vraagt even tijd. Ik forceer niets, zij mag verder met dit inzicht en ik volg. Vanuit veiligheid, nabijheid en vertrouwen.