Marit, een klein vrolijk ogend meisje van 8 jaar. Ondanks haar jonge leeftijd zit zij al in groep 7. Op school zien ze een betrokken meisje, dat goed meedoet en het naar haar zin lijkt te hebben. Alle dagen naar school gaan lukt niet, maar met de beperkte onderwijstijd die zij geniet, lukt het haar in prestaties te laten zien dat zij het niveau aankan.
Thuis verveelt Marit zich. Zij gaat aan van nieuwe uitdaging en informatie, maar zichzelf vermaken is ingewikkeld. Zij gaat ook niet met enthousiasme naar school op de dagen dat zij daar verwacht wordt. Zoals bij veel hoogbegaafde kinderen is zij na de zomervakantie nog wel redelijk gemotiveerd, maar, als blijkt dat de nieuwe ronde niet de nieuwe kansen in zich heeft waar zij op hoopte, zakt haar aanvankelijke hoop op beter weer weg.
Ouders geven aan dat het niet goed gaat. Op school is dat niet zichtbaar.
Niet zelden zie ik het volgende gebeuren; op school is het niet zichtbaar, alleen ouders menen dat het onderwijs onvoldoende passend is, dus, er zal thuis wel iets misgaan.
Kinderen als Marit zijn nog op zoek naar wie ze zijn. Daar waar andere kinderen peers ontmoeten, zich herkennen in de ander, en zo op natuurlijke wijze een gezond zelfbeeld en identiteit ontwikkelen, zijn deze kinderen zoekend in een wereld waar er maar weinig gelijken zijn. Wie is Marit in relatie tot de ander en het onderwijs? Hoe wordt zij gezien in haar bijzondere cognitieve vermogens, haar scherpzinnige waarnemingsvermogen en het onderwijs, dat gemaakt is voor kinderen met een lagere intelligentie. Onderwijs ook dat gegeven wordt door mensen met een lagere intelligentie. En begrijp me goed, ik heb het hier niet over beter of slechter, minderwaardig of superieur. Ik heb het over een essentieel verschil in waarneming, leren en verwerken. We zijn als mensen gelijkwaardig, maar we zijn niet gelijk.
Daar waar we temaken hebben met een hogere intelligentie dan gemiddeld en helemaal bij een IQ van 160+, heeft deze persoon een zeer ruim kader om informatie uit te ontvangen, een groot vermogen om verbanden te zien en kennis te vergaren en de mogelijkheid om op basis van waarneming en intuïtie vragen te stellen die leiden tot nieuwe inzichten. Daar waar iemand met een gemiddelde intelligentie bij wijze van spreken een container van tien vierkante meter tot zijn/haar beschikking heeft, heeft degene met een IQ van 160+ en container tot beschikking die vele male ruimer en groter is. Je kunt je voorstellen dat de leerkracht, met de kleinere container, zich niet kan begeven in de ruimte van Marit, simpelweg omdat hij daar niet toe beschikt. Om erop te durven vertrouwen dat wat ouders aangeven klopt, en er wel degelijk onderwijsaanpassingen nodig zijn, zal de leerkracht al zijn zekerheden moeten durven laten varen, zijn vertrouwde ankers moeten loslaten, en er op durven vertrouwen dat ouders de ontwikkeling van hun kind en de daarbij passende behoeften goed zien, ook al snapt hij daar nog niets van.
Maar hoe zit het dan met Marit? Zij is op school toch tevreden? Nee, Marit laat op school in gedrag zien dat het lijkt alsof ze tevreden is. Marit weet niet beter, Marit zoekt nog maar wie zij is in een wereld waarin ze maar weinig gelijken treft. Dus Marit roeit met de riemen die ze heeft, wil erbij horen, wil het goed doen en wil aardig zijn en aardig gevonden worden. Maar, zolang Marit zich slechts mag bewegen in de container van de ander, wordt een zeer groot deel van haar niet gezien en zal ze dit ook niet laten zien. En dat beschadigt. Juist daar waar ze zich wel gezien voelt, thuis, in de veilige setting bij haar ouders, die haar beter kennen dan wie dan ook, durft ze te laten zien wat ze echt voelt omdat ze weet dat er daar onvoorwaardelijk van haar gehouden wordt. Anders dan in de buitenwereld, waar haar anders zijn iedere dag voelbaar is en ze zoekt naar de plek waar ook zij helemaal gezien wordt. Zolang dat niet gebeurt blijft de buitenwereld een onveilige plek, waar je maar beter niet teveel kleur kunt bekennen, want buiten de groep vallen, zeker als je zo jong bent, is gevaarlijk.
Ouders zijn onmisbaar in het zoeken naar passend onderwijs voor deze kinderen. Wanneer we denken dat daar het probleem zit met betrekking tot de problematische schoolgang slaan we de plank volledig mis en wordt de ontwikkeling van kinderen als Marit in gevaar gebracht. Zonder wantrouwen naar ouders, is het al ingewikkeld genoeg binnen het onderwijssysteem zoals het nu veelal is ingericht, zorg te dragen voor een passende onderwijs—en ontwikkelplek. Dat erkennen is fijn en van daaruit kijken wat er dan wel mogelijk is, waarbij ouders en Marit gezien, gehoord en als gelijkwaardige gesprekspartners meegenomen worden in besluitvorming, is heel hard nodig! Het onderwijs en de mensen die er werken mogen het lef gaan ontwikkelen om hun container op te gaan rekken. Te kijken of er deuren in kunnen, om openingen te creëren verbinding te gaan maken met het nog onbekende. Alleen vanuit die wil en nieuwsgierigheid heeft Marit kans dat ze op haar manier en eigenzinnige wijze, binnen het onderwijssysteem, kennis kan vergaren, waarbij haar volledige potentieel gezien wordt en benut. Pas als zij voelt dat wij ruimte bieden, durft zij die ruimte in te gaan kleuren.
Durf jij ten behoeve van Marit en die anderen, jouw bekende pad te verlaten en het onbekende te gaan verkennen? Jezelf te betrappen op oordeel vanuit onwetendheid en van daaruit weer opnieuw nieuwsgierig te gaan zijn? Deze kinderen en hun ouders zullen je dankbaar zijn!

