door admin | apr 3, 2021 | Blog
De moeder van Marit belt me. Ze is boos en verdrietig. Onlangs ontving ze een verslag van school over haar dochter. Haar dochter, een intelligent gevoelig meisje dat op haar vorige school niet gezien en begrepen werd en gepest werd door klasgenoten. Haar dochter, die ze ziet worstelen met lesstof die te traag gaat, met teveel herhaling en te weinig aanbod dat haar echt interesseert. Haar dochter, gezien als lastpak, als meisje dat zich moet gedragen, de dwarsligger, het probleemkind. Staan deze termen in het verslag. Nee, dat niet. Maar na het lezen bekruipt je wel dit gevoel.
Wat stond er in het verslag?
Marit leert makkelijk. Zij haalt goede scores op de toetsen. Zij heeft er echter wel moeite mee haar werk af te maken. Dat is voor de komende periode een leerpunt. Dingen die moeten vindt ze lastig. Marit is weinig flexibel in haar denken. Dat levert haar nog wel eens conflicten op met klasgenoten en soms ook met de leerkrachten. Ook vindt zij het lastig zich te houden aan afspraken die we met de groep maken. Ze kan moeilijk iets van een ander aannemen. Op cognitief gebied maken we ons geen zorgen. Voor haar gedrag en het omgaan met emoties is het misschien fijn als zij hulp krijgt zodat ze leert meer rekening te houden met anderen en minder conflicten te ervaren.
Wat had er ook kunnen staan?
Marit leert makkelijk. Ze haalt goede scores op toetsen. Marit heeft er echter wel moeite mee haar werk af te maken. In een gesprek met haar kwamen we erachter ze teveel werk moet maken dat te eenvoudig is. We zullen haar vooraf gaan toetsen zodat de lesstof beter aansluit bij wat ze nog te leren heeft. Marit geeft aan dat ze dat ziet zitten. We gaan voor de tijd die dan overblijft zoeken naar opdrachten die haar interesseren, waarbij zij ook nog wat te leren heeft.
We merkten ook op dat er de laatste tijd regelmatig conflicten waren met klasgenoten. Marit heeft een groot rechtvaardigheidsgevoel en vindt het lastig dat medeleerlingen hier anders mee omgaan. Ze mist dan een maatje met ditzelfde gevoel. Het zou fijn voor haar zijn wanneer ze andere kinderen om zich heen zou hebben met wie ze over deze gevoelens zou kunnen praten. We gaan kijken binnen de school of we dit groep overstijgend kunnen organiseren. We zien ook haar gevoeligheid hierin door nare ervaringen uit het verleden. Meester Pim zal de komende tijd wekelijks een gesprek met haar voeren om haar te helpen zich hierin veiliger te gaan voelen. Ook gaan we met de groep in gesprek over hoe we met elkaar omgaan.
Marit is een leerling die behoefte heeft aan autonomie en niet gevoelig is voor groepsdruk. Open communicatie, haar betrekken bij het maken van afspraken zijn de succesformules om haar met plezier naar school te laten gaan. Soms vergeten we dat. We hebben met Marit afgesproken dat als ze het gevoel heeft dat we dingen voor haar invullen en ze zich onvoldoende gehoord voelt, zij dat tegen ons zegt zodat we met en van elkaar kunnen leren.
Maken of breken?
De communicatie met en over kinderen maakt of breekt de relatie. Ik lees hartverwarmende verslagen, maar ik lees ook verslagen waarbij ik de verbinding met het kind mis. Ik begrijp dat wanneer ouders dit lezen, het eerste gesprek op school niet fijn zal zijn. Er is geen kind dat er niet bij wil horen, er is geen kind dat storend gedrag vertoont om te willen storen. Ieder kind heeft een verhaal. Als we dit verhaal willen horen en leren begrijpen kunnen we bouwen aan de relatie. Doen we dat niet dan wordt er een oordeel geveld over een kind dat lastig is en lessen heeft. Maar dan vergeten we dat we relaties samen maken, in interactie met elkaar.
Wat is jouw investering in die leerling waar je geen raad mee weet? Ben je nog in verbinding? Heb je zijn/haar verhaal helder? In verbinding ontstaat groei. De oplossing ligt daar, in die verbinding, in die relatie met de ander. Minder oordeel, meer vragen, willen weten en begrijpen. Dan kan naar school gaan ook voor kinderen als Marit weer een feest worden en worden de gesprekken met ouders een feest van samenwerking in plaats van een bron van frustratie. En als je bij nalezen van een verslag het gevoel krijgt dat je dit nooit zo geformuleerd over je eigen kind zou willen lezen, begin dan opnieuw, vanuit verbinding met dit kind!
door admin | mrt 28, 2021 | Blog
Gisteren rondde ik de 2- daagse Peers4Parents Facilitor Training af. Waar we aanvankelijk onze vaardigheden zouden oefenen met ouders die zich hadden kunnen aanmelden was dat nu door de huidige maatregelen wat anders. Wij als aanstaand facilitators, waren in de oefenrondes tevens ouders die deelnamen aan het gesprek. Ik had dat voor mezelf niet bedacht. Niet dat ik geen vragen meer heb richting mijn eigen rol als ouder, maar de behoefte om daar in een groep over van gedachten te wisselen voelde ik voor mezelf niet. Deze dag bleek echter niet alleen voor de uitbreiding van mijn professionele vaardigheden, maar ook voor mijn persoonlijke ontwikkeling (die natuurlijk ook altijd met elkaar verbonden zijn), een mooi cadeau.
In de laatste ronde waarin ik deelnam als ouder hoorde ik mezelf vertellen over mijn oudste dochter als 4 jarige. Het was de eerste week in haar kleuterklas, inmiddels meer dan 20 jaar geleden. Een jaar eerder had ik ontdekt dat ze voorliep in haar ontwikkeling. Ik was net begonnen aan de ECHA opleiding en mijn kennis op het vlak van hoogbegaafdheid en de betekenis daarvan voor mijzelf was nog volop in ontwikkeling. Tot mijn verbazing begonnen de tranen, terwijl ik probeerde mijn verhaal te doen, over mijn wangen te rollen. Ik benoemde dat, enigszins gegeneerd over de grote van de emotie die ik voelde over iets wat zolang geleden plaatsvond, en vervolgde mijn verhaal. Vier jaar, in de kring in de kleuterklas. Ouders mochten hun kinderen in de kring brengen. Mijn dochter zat daar, keek me aan en zei; ’Mama, ga nu maar weg, anders moet ik zo huilen’. Ik ging weg, omdat ik de wens van mijn dochter respecteerde en haar niet in de akelige positie wilde brengen dat ze wel zou gaan huilen en ze dat juist wilde voorkomen. Ik ging weg omdat ik onbewust voelde dat ik geen scene wilde maken, ook ik was nieuw op deze school en onervaren ouder. Ik ging weg omdat ik op dat moment nog niet volledig grip had op de situatie en niet wist wat ik zou moeten doen als ik haar wel de ruimte zou geven voor haar tranen. Dat besefte ik me, in dat korte moment dat ik mezelf hoorde praten. Ik overzie nu, jaren later, welke invloed mijn keus van dat moment heeft gehad op de ontwikkeling van mijn dochter. Ik kan nu mijn eigen rol nog beter zien. Ik begrijp nu nog beter de worsteling van ouders in vergelijkbare posities. En, ik begrijp mijn dochter beter, ook dat is fijn. Dat riep emoties op omdat het nu, jaren later, voelde alsof ik op dat moment mijn kind de boodschap had gegeven dat het oké was je emoties niet te tonen, ze weg te drukken en jezelf niet serieus te nemen. Zo klein als ze was, was ze al in staat te reflecteren op wat er in haar en om haar heen gebeurde en maakte ze daarin voor zichzelf een keus. Mijn rol als ouder was o.a. haar richting te geven. Ik heb haar richting gegeven, maar achteraf gezien had ik dat liever anders gedaan.
Als ouders doen we maar wat. We handelen naar eer en geweten, maken fouten en doen dingen goed. We ervaren pas wat ouder zijn is als we ouder mogen worden. Hoe fijn was het gisteren dat ik in een groep van peers kwetsbaar mocht zijn en ik daarbij gewoon in mijn kracht bleef. Dankzij de groep, dankzij de facilitators en dankzij mijn eigen lef me open te durven stellen. Fijn dat ik nu, samen met mijn collega’s, ook Peers4Parents groepen kan gaan begeleiden. Deelname is een cadeautje voor jezelf en voor je kind(eren)!
Zodra er bijeenkomsten gepland staan verschijnen ze op de agenda.
door admin | mei 22, 2020 | Blog
Kim is vier. Bruin haar, blauwe ogen, nieuwsgierige blik. Kim is leergierig, neemt de wereld waar vanuit haar vierjarige bewustzijn dat al zoveel meer ziet dan haar vier jaar doet vermoeden. Kim weet veel. Ze kent o.a. de wilde dieren, weet alles over kastelen, kent de planeten en leert een vreemde taal. Ze speelt met oudere kinderen en praat op het niveau van een 7 jarige. Kim is vier en heeft de motoriek van een vierjarige. Kim ziet eruit als een vierjarige en Kim past zich aan aan de vierjarigen.
Kim gaat niet graag naar school. Niet dat je dat aan haar ziet. In de klas heeft ze moeite haar aandacht bij haar werkjes te houden. Haar uitgebreide kennis over de wereld, haar invoelingsvermogen ten aanzien van dat wat er bij anderen speelt en die invloed die dit op haar gedrag heeft, het is niet zichtbaar. Kim laat pas zien wat ze in huis heeft als ze zich veilig voelt. Als ze voelt dat ze echt gezien wordt en niet de vreemde eend in de bijt is.
Kim leer je kennen als je hoog insteekt. Als je durft te vergeten dat haar uiterlijk en haar motoriek die van een vierjarige zijn. Als je haar vermoeidheid en tranen anders durft te interpreteren dan als jong gedrag. Vermoeidheid bij Kim verdwijnt als ze uitgedaagd wordt en haar hoofd aan het werk gezet wordt. Ze wordt wel weer moe als ze zich heeft moeten inspannen. Maar dan gaat die vermoeidheid gepaard met tevredenheid en rust. De vermoeidheid vanuit onderprikkeling veroorzaakt onrust, boze buien en frustratie. Kim bloeit op als ze niet in het hokje van de vierjarige hoeft. Als ze zich mag bewegen in al die verschillende fases van haar ontwikkeling. Een ontwikkeling die niet past in de bottom-up kijk. Kim leert anders. Hoog insteken en dan kijken wat er nog aan vaardigheid ontbreekt om die moeilijke opgave op te lossen. Want vanuit dat hogere doel is er de motivatie. Top-down leren is niet het einddoel formuleren en vervolgens alle stappen bottom-up weer moeten doorlopen. Top-down vraagt kijken, afstemmen, weten waar Kim zich bevindt en van daaruit oefening aanbieden.
Kim vraagt van ons dat wij kijken, voelen, onze zekerheden loslaten en haar durven volgen zonder dat we misschien precies begrijpen wat we zien. Ze vraagt ons alle kaders los te laten en te ervaren waar zij enthousiast van wordt en blijft en van daaruit in te steken.
Ouders zijn naast Kim een onmisbare informatiebron. Zij kennen haar vanaf de eerste minuut. Kim en ouders zijn nodig om Kim dat onderwijs aan te bieden waardoor zij binnen de schoolmuren kan blijven. Met elkaar in contact blijven, afstemmen, volgen en weer opnieuw afstemmen, het zal nodig blijven. Want Kim is wie ze is, gaat niet passen in de bestaande structuren. Maar we kunnen wel kijken hoe we binnen die structuren ruimte kunnen maken voor Kims unieke ontwikkeling.
Geef jij haar de ruimte?
door admin | jan 29, 2020 | Blog
Onlangs ben ik weer gestart met sporten. Twee keer in de week werk ik me in het zweet met naast me een sympathieke personal trainer die me vertelt wat ik moet doen. Mijn lijf maakt bewegingen waar ik niet vertrouwd mee ben. Ik voel spieren waarvan ik wel wist dat ik ze had, maar die lang niet meer zo aangesproken zijn. De oefeningen die hij me geeft gaan niet altijd meteen vanzelf. Wanneer ik iets met een linkerbeen en een rechterarm moet doen, raak ik in een lichte paniek. Dat wat mijn trainer eventjes voordeed en er toch echt heel eenvoudig uitzag, moet ik toch gewoon kunnen! Lees; meteen, in éen keer en net zo soepel als hij. Uhm, ja, dat gaat dus niet zo snel. Ik neem mijn frustratie waar. Ik ken de theorie van de mindset, help de kinderen en volwassenen die bij me komen om te gaan met frustratie tolerantie. En dan sta ik hier, met de billen bloot. Quasi grappend, ‘van proberen kun je leren’ en stampvoetend over mijn onhandigheid. Ik word me haarscherp bewust van dat wat zich ook in anderen afspeelt. Dit is lastig, kan ik dat wel? De meeste dingen die op mijn pad komen doorzie ik vlot en beheers ik snel. Wat ziet de ander nu aan mij? Wat vindt hij, denkt hij? En dan de fase van het oordelen. Wat ben ik een hark. Hoe heb ik het zover laten komen. Ooit was ik lenig en behendig………..En dit allemaal in een fractie van een paar tellen.
Mijn trainer is een betrokken professional die prima ziet wat er gebeurt en rustig aan de zijlijn feedback geeft, die me helpt mijn focus te vinden en de oefening, na wat gestuntel, prima uit te kunnen voeren. Zijn rustige nabijheid, zijn oordeelloos waarnemen, maken dat ik me bewust word van mijn eigen oordeel en dit om kan zetten in de power door te zetten en de oefening te leren. ‘Je doet dit voor het eerst. Je lijf is dit niet gewend. Geef het tijd. Geef jezelf tijd’. Zijn woorden maak ik tot mijn woorden en het helpt. Ik kan in dit voor mij kwetsbare moment mezelf weer herpakken, doorzetten en groeien.
En precies dit gebeurt ook in mijn coachpraktijk, zie ik gebeuren bij de ander, waarbij ik de rol van mijn trainer heb en zijn woorden uitspreek. Het is goed dat ik zelf weer eens de intensiteit en de snelheid, de felheid ook, waarmee blokkerende gedachten omhoog ploppen bij de confrontatie met een opdracht die enige oefening vraagt, ervaar.
Ik zag het afgelopen week gebeuren bij mijn kleutergroep. Job wilde vluchten toen het niet in één keer ging, maar eigenlijk ook weer niet, want de motivatie om mijn opdracht uit te voeren was er wel. Maar hoe dan? Door vanuit rust Job te helpen bij het doorlopen van de opdracht kreeg hij de handvatten waarmee hij tot een oplossing kon komen. Hij bleef op zijn stoel en bleef het proberen! De onzekerheid was groot, maar door de veiligheid die ik hem mocht bieden, durfde hij het proces aan.
Mindset is meer dan weten dat je anders moet denken, meer dan weten dat je van proberen kunt leren. Het is ook voelen dat je veilig bent als het nog niet lukt, weten dat er geen oordeel wacht en dat jij in jouw tempo je deze nieuwe vaardigheid eigen mag maken. De basis voor leren ligt daar waar de ander weet dat hij er mag zijn, dat hij gezien en gehoord wordt, ook als het even tegenzit.
door admin | dec 7, 2019 | Blog
De leerkuil en hoogbegaafde kinderen zijn regelmatig geen vrienden. Zo ook bij Janne, 11 jaar, IQ 145+. Janne gaat de leerkuil alleen in wanneer er iemand naast haar zit. Bang om te falen in haar poging iets nieuws te leren. Liever begint ze er maar niet aan want, de intensiteit van de onmacht is te groot om te willen dragen. Ze heeft iemand nodig die haar angst ziet, haar blokkades, en haar stap voor stap, vanuit veiligheid, nabijheid en vertrouwen, door dit proces heen helpt. Janne ervaart iedere nieuwe uitdaging als een geval apart. Bij rekenen zijn er leerkuilen, bij pianoles en bij turnen. Ze leunt op de ondersteuning van de aanwezige volwassenen om erdoor te komen. Haar eigen bewustzijn, zelf actief aanwezig zijn bij die angst en nadenken over wat er nodig is om de situatie aan te kunnen, voelt nog te bedreigend. We willen echter heel graag dat Janne groeit in zelfstandigheid en minder afhankelijk wordt van volwassenen. Haar leerproces stagneert als we haar niet in de gaten houden. Er zijn vanaf een bepaald niveau zaken waarbij je toch echt uitleg en hulp nodig hebt om verder te komen. Ze kan het niet alleen.
We kunnen alleen veranderen als we dit zelf willen en als we ons bewust zijn van wat we doen om ons huidige gedrag in stand te houden. Janne is zich onvoldoende bewust. Iedere keer overkomt het haar weer en heeft ze een volwassene nodig om bewust aan de slag te gaan met de angst voor falen. Er nog vaker met haar over praten? Nog eens vertellen dat je van proberen kunt leren? Dat het niet erg is fouten te maken? Dat we allemaal fouten maken? Voorbeelden geven? Het helpt allemaal niets. Janne blijft dit gevoel ontwijken, het is te pijnlijk.
Janne kwam bij mij. Ik kende haar verhaal en dacht na over hoe ik haar motivatie kon aanwakkeren om met dit pijnpunt aan de slag te gaan. Ik bedacht me dat verandering begint bij bewustzijn. Werkelijk bewust worden we pas als we voelen wat iets met ons doet en we daar vragen over durven stellen aan onszelf. Een van buiten opgelegd inzicht is nog lang geen werkelijk inzicht. Zolang het in je hoofd blijft zitten en het je hart niet raakt kun je er weinig mee.
Janne zat aan mijn tafel. Ik vroeg haar te benoemen welke vaardigheden ze vanaf haar geboorte geleerd had. We maakten een lijst. Deze lijst verdeelden we in vaardigheden die ze zich moeiteloos eigen had gemaakt, zonder zichtbaar leerproces, vaardigheden waar ze een beetje voor had moeten oefenen, en vaardigheden die een grote inspanning vroegen. Deze vaardigheden plaatsten we op een tekening van de bekende berg die deels boven en onder water staat. Zo ontstonden er drie niveaus. Boven water, half boven water en onder water. Hier liet ik haar gevoelsmonsters bij plaatsen. Dit zijn grappige kaartjes van monsters die allerlei verschillende emoties uitbeelden. Dat ging vlot. Ik vroeg toen ze klaar was waar ze zich het liefst bevond. Ze wees de plek onder water aan. Daar waar het leerproces onzichtbaar was. Daar stonden wel vrolijke monsters, maar ook de monsters van verveling. Ik keek naar de bovenste rij en zag daar een ontzettend blij monster, maar ook de monsters van paniek en angst. Ik vroeg Janne welke monsters blijer waren. Die boven of onder water. Janne gaf onmiddellijk aan dat die boven water veel blijer waren. Want, ze was ontzettend blij als het dan eindelijk lukte. Ik vroeg of het dan klopte dat ze, omdat die andere gevoelens zo naar waren, er toch voor koos dit blije gevoel niet te willen ervaren. Ik zag verwarring op haar gezicht voordat ze ja zei. Ik vroeg haar of het klopte dat ze in verwarring raakte. ‘Ja’, zie Janne, ’ik vroeg me af of ik dat echt niet wil voelen’.
Janne werd door dat wat ze zelf had neergelegd, geconfronteerd met dat wat er in haar bewoog. Ze werd zich werkelijk bewust van dat wat ze zichzelf ontnam. Niet ik, maar zij had dit inzicht gecreëerd. De opening naar groei is gemaakt. Dit beeld dat voor haar ogen op tafel lag, was sterker dan alle gesprekken over mindset en mogen falen. Het kwam binnen en zij ging zichzelf die hele belangrijke vraag stellen: ’Wil ik deze blijdschap echt niet voelen?’ Het antwoord gaf ze nog niet. De intensiteit van dit stukje bewustwording vraagt even tijd. Ik forceer niets, zij mag verder met dit inzicht en ik volg. Vanuit veiligheid, nabijheid en vertrouwen.
door admin | jul 20, 2019 | Blog
Vandaag is het de eerste dag van mijn zomervakantie. Een schooljaar van hard werken zit er weer op. Als ik terugblik zie ik veel mooie, ontroerende, intense momenten voorbij komen. Maar ook momenten waarbij ik zag dat het in verbinding blijven met elkaar ontzettend kwetsbaar is, en het werkelijk goede hulp blijven verlenen een deskundigheid is die onderhoud vraagt. Vooral ouders kunnen zich, wanneer hun kind niet ’gewoon’ meedoet, kwetsbaar voelen. Internet staat vol met verhalen van ouders die zich onheus bejegend voelen en het idee hebben dat ze zich moeten verdedigen. Ook ik kom deze ouders tegen en heb daar mijn gedachten over.
Enige tijd geleden kwam er een column voorbij van Pieter Derks met de titel; “De ware plaag die het onderwijs teistert, zijn wij, de ouders’. Deze werd gedeeld en bejubeld. De titel impliceert dat er een last is, ouders die vervelend zijn, bewust of onbewust. Van een last wil je af. Een last impliceert op deze manier ook dat die ander de oorzaak van jouw ellende is en dus ook degene is die de oplossing in zich draagt om jou van die last te bevrijden. Jij bent afhankelijk van de ander om weer gelukkig en ontspannen aan het werk te kunnen gaan.
Dit uitgangspunt, ‘ de ouder als last’ zie ik ook voorbij komen in mijn praktijk. Het interessante is dat dit uitgangspunt nooit bijdraagt aan een traject dat fijn verloopt. Het roept weerstand op, kent diepe kuilen en draagt ertoe bij dat betrokkenen in het traject alleen maar verder van elkaar verwijderd raken. In plaats van hulp en verbetering voor het kind in kwestie, gaat de focus naar de rol van ouders en ontstaat er een soort grimmigheid, een wel- niet duel, een strijd om het gelijk.
Ik verplaats me even in die ouders. De ouders die voelen dat ze als opvoeders worden afgekeurd en hulp nodig hebben volgens de ander. De ouders die komen voor hun kind. De ouders die er al een traject op hebben zitten van onbegrip en miscommunicatie. Ooit vol vertrouwen begonnen aan de schoolcarrière van hun kind, waar ze met heel hun hart van houden, maar al snel botsten op ongeloof en onbegrip, ook toen ze nog vertrouwen hadden in de goede afloop. Alle ouders die ik tref beginnen namelijk aan dit traject met het vertrouwen in de leerkracht en de school. De frustratie komt pas als ze merken dat ze niet op één lijn komen voor wat betreft het beeld dat zien van hun kind en dat wat er nodig is. En ja, soms communiceren die ouders vanuit emotie niet helemaal lekker. Je kind ongelukkig zien doet je verdriet en dat brengt emoties met zich mee. Regelmatig ook liggen daar pijnpunten vanuit de jeugd van ouders die ze gespiegeld zien door de ervaringen van en met hun kind. En ja, het helpt als ouders zich daar bewust van zouden zijn en deze ballast bij zichzelf zouden kunnen houden. Maar in tegenstelling tot het beroep van leerkracht, wijkcoach, huisarts of ieder ander willekeurig beroep, is er geen opleiding die je kan voorbereiden op het ouderschap. Geen enkele confrontatie is zo scherp als die met je kind. Het is niet wat je ervan verwachtte. Het is intenser, confronteert, het is liefdevoller, rijker en leerzamer dan je ooit voor had kunnen stellen. En op die momenten dat je kind in nood is sta je op en doe je je mond open. Naar je beste kunnen, naar eer en geweten, omdat je houdt van je kind en je ziet dat het hulp nodig heeft. Het zou helpend zijn wanneer de ontvanger van die boodschap door de emoties heen kan luisteren. Als je dat lukt hoor je de werkelijke hulpvraag en ligt de weg open naar het samen zoeken naar dat wat nodig is. Ook ouders willen oplossingen.
De kritische lezer zal nu misschien denken: ‘Maar wat nu als die ouders zelf het probleem in stand lijkt te houden doordat ze geen vertrouwen lijken te hebben?’ Dan is het jouw taak ervoor te zorgen dat je doet wat je zegt en zegt wat je doet. Dat je helder bent in je communicatie en er geen enkele twijfel kan zijn over jouw oprechtheid, integriteit en deskundigheid. Waarbij je niet alleen aandacht het voor de blessures bij het kind, maar ook bij de ouders. Zonder oordeel, vanuit ruimte en het samen zoeken naar dat wat nodig is. Hulp kan pas geboden worden en effectief zijn als de ander vertrouwen heeft en een actieve hulpvraag heeft. Gun ook ouders de tijd in dit proces. Stap voorbij de last die je ervaart en ga de confrontatie aan met dat wat er bij jou speelt wanneer je ouders als last ervaart. Niet de ouder is de plaag, de plaag zit in jezelf en de onmacht die je ervaart met de situatie te kunnen dealen
Pas vanuit oprechte ruimte en oordeelloos aanwezig zijn, kunnen we de ander werkelijk gaan zien en kan er groei ontstaan. Goed hulpverlenen vraagt ook de moed om naar je eigen rol te kunnen en durven kijken.
Ik wens je een fijne zomer!