Logo fysiotherapie Hazenkamp

Marit, IQ 160+ ,ouderbetrokkenheid en lef.

Marit, een klein vrolijk ogend meisje van 8 jaar. Ondanks haar jonge leeftijd zit zij al in groep 7. Op school zien ze een betrokken meisje, dat goed meedoet en het naar haar zin lijkt te hebben. Alle dagen naar school gaan lukt niet, maar met de beperkte onderwijstijd die zij geniet, lukt het haar in prestaties te laten zien dat zij het niveau aankan.

Thuis verveelt Marit zich. Zij gaat aan van nieuwe uitdaging en informatie, maar zichzelf vermaken is ingewikkeld. Zij gaat ook niet met enthousiasme naar school op de dagen dat zij daar verwacht wordt. Zoals bij veel hoogbegaafde kinderen is zij na de zomervakantie nog wel redelijk gemotiveerd, maar, als blijkt dat de nieuwe ronde niet de nieuwe kansen in zich heeft waar zij op hoopte, zakt haar aanvankelijke hoop op beter weer weg.

Ouders geven aan dat het niet goed gaat. Op school is dat niet zichtbaar.

Niet zelden zie ik het volgende gebeuren; op school is het niet zichtbaar, alleen ouders menen dat het onderwijs onvoldoende passend is, dus, er zal thuis wel iets misgaan.

Kinderen als Marit zijn nog op zoek naar wie ze zijn. Daar waar andere kinderen peers ontmoeten, zich herkennen in de ander, en zo op natuurlijke wijze een gezond zelfbeeld en identiteit ontwikkelen, zijn deze kinderen zoekend in een wereld waar er maar weinig gelijken zijn. Wie is Marit in relatie tot de ander en het onderwijs? Hoe wordt zij gezien in haar bijzondere cognitieve vermogens, haar scherpzinnige waarnemingsvermogen  en het onderwijs, dat gemaakt is voor kinderen met een lagere intelligentie. Onderwijs ook dat gegeven wordt door mensen met een lagere intelligentie. En begrijp me goed, ik heb het hier niet over beter of slechter, minderwaardig of superieur. Ik heb het over een essentieel verschil in waarneming, leren en verwerken. We zijn als mensen gelijkwaardig, maar we zijn niet gelijk.

Daar waar we temaken hebben met een hogere intelligentie dan gemiddeld en helemaal bij een IQ van 160+, heeft deze persoon een zeer ruim kader om informatie uit te ontvangen, een groot vermogen om verbanden te zien en kennis te vergaren en de mogelijkheid om op basis van waarneming en intuïtie vragen te stellen die leiden tot nieuwe inzichten. Daar waar iemand met een gemiddelde intelligentie bij wijze van spreken een container van tien vierkante meter tot zijn/haar beschikking heeft, heeft degene met een IQ van 160+ en container tot beschikking die vele male ruimer en groter is. Je kunt je voorstellen dat de leerkracht, met de kleinere container, zich niet kan begeven in de ruimte van Marit, simpelweg omdat hij daar niet toe beschikt. Om erop te durven vertrouwen dat wat ouders aangeven klopt, en er wel degelijk onderwijsaanpassingen nodig zijn, zal de leerkracht al zijn zekerheden moeten durven laten varen, zijn vertrouwde ankers moeten loslaten, en er op durven vertrouwen dat ouders de ontwikkeling van hun kind en de daarbij passende behoeften goed zien, ook al snapt hij daar nog niets van.

Maar hoe zit het dan met Marit? Zij is op school toch tevreden? Nee, Marit laat op school in gedrag zien dat het lijkt alsof ze tevreden is. Marit weet niet beter, Marit zoekt nog maar wie zij is in een wereld waarin ze maar weinig gelijken treft. Dus Marit roeit met de riemen die ze heeft, wil erbij horen, wil het goed doen en wil aardig zijn en aardig gevonden worden. Maar, zolang Marit zich slechts mag bewegen in de container van de ander, wordt een zeer groot deel van haar niet gezien en zal ze dit ook niet laten zien. En dat beschadigt. Juist daar waar ze zich wel gezien voelt, thuis, in de veilige setting bij haar ouders, die haar beter kennen dan wie dan ook, durft ze te laten zien wat ze echt voelt omdat ze weet dat er daar onvoorwaardelijk van haar gehouden wordt. Anders dan in de buitenwereld, waar haar anders zijn iedere dag voelbaar is en ze zoekt naar de plek waar ook zij helemaal gezien wordt. Zolang dat niet gebeurt blijft de buitenwereld een onveilige plek, waar je maar beter niet teveel kleur kunt bekennen, want buiten de groep vallen, zeker als je zo jong bent, is gevaarlijk.

Ouders zijn onmisbaar in het zoeken naar passend onderwijs voor deze kinderen. Wanneer we denken dat daar het probleem zit met betrekking tot de problematische schoolgang slaan we de plank volledig mis en wordt de ontwikkeling van kinderen als Marit in gevaar gebracht. Zonder wantrouwen naar ouders, is het al ingewikkeld genoeg binnen het onderwijssysteem zoals het nu veelal is ingericht, zorg te dragen voor een passende onderwijs—en ontwikkelplek. Dat erkennen is fijn en van daaruit kijken wat er dan wel mogelijk is, waarbij ouders en Marit gezien, gehoord en als gelijkwaardige gesprekspartners meegenomen worden in besluitvorming, is heel hard nodig! Het onderwijs en de mensen die er werken mogen het lef gaan ontwikkelen om hun container op te gaan rekken. Te kijken of er deuren in kunnen, om openingen te creëren verbinding te gaan maken met het nog onbekende. Alleen vanuit die wil en nieuwsgierigheid heeft Marit kans dat ze op haar manier en eigenzinnige wijze, binnen het onderwijssysteem, kennis kan vergaren, waarbij haar volledige potentieel gezien wordt en benut. Pas als zij voelt dat wij ruimte bieden, durft zij die ruimte in te gaan kleuren.

Durf jij ten behoeve van Marit en die anderen, jouw bekende pad te verlaten en het onbekende te gaan verkennen? Jezelf te betrappen op oordeel vanuit onwetendheid en van daaruit weer opnieuw nieuwsgierig te gaan zijn? Deze kinderen en hun ouders zullen je dankbaar zijn!

 

Schooltrauma

Je zit aan mijn tafel. Horen dat je iets goed hebt gedaan kun je niet verdragen. Positieve feedback maakt dat jij je ongemakkelijk voelt. Bedenken waar je blij van wordt, wat anderen in jou waarderen, wat je zelf waardeert, het blijft oorverdovend stil als we het daarover hebben. Kritiek is beter. Dan kun je erkennen dat je niets waard bent, het je allemaal toch niet lukt. Het gaan proberen is kansloos. Beter blijf je zitten waar je zit. Want bewegen is gevaarlijk. De kans op falen is veel te groot. Je kunt het toch niet. Wat niet? Alles niet, niets waard, waardeloos.

Ik geef je ruimte, bevraag je. Ik zie dat je afhaakt bij dat wat ik je laat doen. Als ik je daarop bevraag ontken je. Sociaal wenselijk reageren is een automatisme geworden.

Schooltrauma, zo ziet het eruit. Een kind dat zijn eigenwaarde verloren is. Helen kost veel tijd, ruimte en oordeelloos aanwezig zijn. Veiligheid bieden en vanuit verbinding benoemen wat ik meen te zien. Ik zeg nadrukkelijk, ‘meen te zien’. Het kind mag mij corrigeren. Ik doe mijn best het kind te helpen duiden wat er stevig verborgen ligt onder het sociaal wenselijk gedrag. Ik benoem het niet kunnen, niet durven, het beschadigde vertrouwen. Heel langzaam zie ik kleine stukjes van jou naar buiten komen die lang verborgen waren. Een klein lachje als mijn opmerking raak blijkt te zijn. We zijn er nog niet, maar we komen er wel.

Schooltrauma. Mijn hart breekt als ik deze worsteling zie. Een prachtig kind, ooit vol levenslust, nieuwsgierig, leergierig en met zelfvertrouwen. Nu gebroken, beschadigd en verwijderd van zichzelf.

Samen op weg, op jouw pad, op jouw tempo, op jouw manier. We gaan zorgen dat jij je nu wel kunt ontwikkelen op een manier die bij jou past!

Helen begint daar waar we ruimte bieden, verbinden, echt luisteren, oordeel loslaten en zoeken naar wat wel past. Buiten kaders waar het moet, binnen kaders waar het past. En als het niet past? Dan bedenken we iets anders.

Het kind centraal, zodat jij jezelf weer mag vinden en positieve feedback weer durft te ontvangen. Dan kun jij je weer gaan ontwikkelen, op jouw manier!

 

Voor Jelle, Pip, Yasmin, Yesser, Abel en al die andere kinderen die niet passen in ons schoolsysteem

Onlangs las ik dat we voorzichtig moeten zijn met het labelen van kinderen als zijnde hoogbegaafd wanneer we alleen de zijnskenmerken zien. Dit zette me aan het denken. Ben ik het daarmee eens? Ik vermoed dat de schrijver bij hoogbegaafdheid graag ziet dat een leerling binnen het schoolsysteem in staat is hoge prestaties te leveren of op een IQ test laat zien rond de 130 of hoger te scoren. IQ testen die zijnskenmerken niet meten, een moment opname zijn en dat meten wat meetbaar is. Maar wat is hoogbegaafdheid eigenlijk? En is het zo dat we niet van hoogbegaafdheid kunnen spreken wanneer we alleen zijnskenmerken zien?

Wat nu als deze kinderen door die zijnskenmerken, die vaak samengaan met een grote mate van sensitiviteit en een opmerkelijk waarnemingsvermogen en een groot bewustzijn, heel druk zijn met het waarnemen van hun omgeving? Met het leren vanuit context? Door te ervaren, te leven, te doen? Wat als hun sensitiviteit als ze jong zijn, geen ruimte biedt voor schoolse taken die als geïsoleerde vaardigheden worden aangeboden en waar de link met hun huidige leerbehoefte en ontwikkelvraag ontbreekt? Wat als deze kinderen helemaal geen ruimte voelen voor een klaslokaal omdat ze met hun talenten, die nog volop aandacht vragen en in ontwikkeling zijn, een hele andere leerbehoefte hebben en het schoolse leren niet aansluit bij hun zone van naaste ontwikkeling, maar wordt ervaren als een opgedrongen leertraject? Ben je dan niet hoogbegaafd? Of, zijn niet alle aspecten die ook bij hoogbegaafdheid kunnen horen zichtbaar? En kan het zijn dat wanneer we deze kinderen de ruimte geven zich op hun eigen manier te mogen ontwikkelen, ze later mogelijk wel tot grote (academische) prestaties in staat zijn omdat tijd, plaats, nut en noodzaak, vanuit intrinsieke motivatie dan wel aanwezig zijn? Omdat ze dan als mens hebben mogen groeien, ze hebben mogen leren welke duiding past bij alle indrukken die ze opdoen en alles wat ze voelen? Als ze weten wie zij zijn in relatie tot de ander en de wereld, als de wereld niet overspoelt, maar beleefd kan worden vanuit een veilige setting, met een goed zelfbeeld en anderen die hen werkelijk zien?

Maken we deze kinderen niet ziek als we ze forceren in een ontwikkeltraject waar ze nog helemaal niet aan toe zijn? Niet omdat ze beperkt zijn, maar omdat hun talent, hun sterke bewustzijn, eerst aandacht nodig heeft en gezien mag worden? Het zijn de kinderen die zich niet kunnen concentreren in de klas, de creatievelingen, de dromers, de kinderen die lichamelijke klachten krijgen als ze naar school gaan. In plaats van te denken dat er wat mis met ze is, kunnen we ons ook af gaan vragen wat er in de omgeving mist waardoor deze kinderen niet floreren binnen het schoolsysteem. Zet de vis in de woestijn en vraag de kip te vliegen……………….

We zien het aantal thuiszitters nog steeds toenemen, de kosten voor jeugdzorg rijzen de pan uit. De vraag die we ons mogen stellen is niet wat er mis is met de kinderen, maar wel wat er mis is met de manier waarop we omgaan met deze kinderen. We vragen ze dat te doen wat niet past, ze worden ziek, en vervolgens gaan we denken dat er iets gefikst moet worden wat er in basis al niet was, om ze maar weer in het systeem te krijgen. Mogen we uitgaan van de heelheid van al deze kinderen? Ze waren perfect bij hun geboorte, ze gingen perfect hun eerste stappen zetten buiten de veilige haven van het gezin. En pas toen wij niet meer aansloten bij hun ontwikkelvraag ging het mis. Hun gedrag is een natuurlijke reactie op een ongezonde situatie.

Mogen we alsjeblieft gaan omdenken, liever gisteren dan vandaag? Maak niet ziek wat heel is, praat niet recht wat krom is. Ieder kind heeft recht op een gezonde ontwikkeling. Binnen de huidige mogelijkheden en de manier waarop we nu de boel georganiseerd hebben, worden kinderen ziek waar niets mis mee is en we willen het oplossen op de manier die wederom ziek maakt.

Mogen we alle kinderen echt gaan zien? Mogen we kinderen die uitvallen laten helpen door mensen die ze echt kunnen zien, met kennis en kunde? En niet door mensen die toevallig voldoen aan alle wetten van het systeem. Want, weet je nog, het systeem zorgt juist voor uitval. Juist die out of the box denkers waren misschien wel die kinderen van toen die nu eenmaal volwassen, deze kinderen zo goed begrijpen en kunnen helpen hun eigen weg te vinden en stevige volwassenen te worden. Mag dat? Of blijven we proberen van rondjes vierkantjes te maken?

 

 

De schoen die de een past, knelt bij de ander; er is geen recept voor het leven dat in alle gevallen past.’ Carl Jung

Steeds vaker zitten ze aan mijn tafel, kinderen en jongeren die heel hard moeten werken om zichzelf weer terug te vinden. Ze zijn in de war gebracht door een systeem dat niet past. Docenten doen hun best, maar voor deze groep kinderen past de vorm en het aanbod waartoe zij beschikking hebben niet.
Zo is daar Lotte, als pientere sensitieve kleuter ging ze vol enthousiasme naar school. Al vanaf dag één voelde ze dat er in de interactie tussen juf en kinderen dingen gebeurden die ze niet kon rijmen met hoe zij de wereld ervaarde. Dingen die veel mensen ontgaan omdat ze minder fijngevoelig zijn. De leerkracht die een groep mag managen en niet altijd tijd en aandacht heeft voor al die individuutjes met hun eigen gevoeligheden en behoeften. Een leerkracht die zelf als mens ook nog lerend is. Die kleine Lotte raakte verward. Ze wilde er graag bij horen en probeerde de groepsregels te begrijpen vanuit haar bewustzijn. Vier jaar, heel gevoelig, maar nog niet de levenservaring om alles wat ze waarnam te duiden in woorden en te snappen op een niveau waarop er weer veiligheid kon ontstaan.
Zo verdween dit enthousiaste meisje. Ze werd angstig. Er kwamen gesprekken, één op één aandacht, therapie voor haar angst, maar echt helpen deed het niet. Er kwam een schoolwissel. Want de angst en weerstand richting school waren zo groot geworden, dat de betrokken volwassenen niet meer wisten hoe ze Lotte nog konden helpen. De juf had vanalles geprobeerd, wilde heel graag, maar voelde zich machteloos.
Er werd een andere school gekozen, met meer projecten, meer klassenoverstijgend onderwijs en een fijne sfeer. Toch lukte het hier ook niet. Lotte was zo angstig en zo gevoelig voor alles wat maar enigszins onduidelijk was dat ze zichzelf niet meer durfde te laten zien. De angst overheerste. Lotte wist niet meer hoe ze zichzelf moest zijn in een groep. Ze was de hele dag druk met voelen, waarnemen, kijken wat er gebeurde en wat er verwacht werd. Dit kostte zoveel energie dat er geen ruimte over bleef voor wie zij was en wat zij nu echt nodig had. Ze kwam doodmoe uit school, iedere dag weer. In de vakantie knapte ze weer op. Het duurde niet lang of Lotte kwam thuis te zitten.
Kinderen als Lotte hebben een sterk bewustzijn. Ze zien al heel scherp waar volwassenen nog dingen mogen leren. Ze zijn echter ook nog kinderen. Kinderen die volwassenen nodig hebben om de wereld te leren begrijpen, gevoelens te leren hanteren en gedrag te leren duiden op zo´n manier dat je jezelf en de ander geen geweld aandoet. Ze snappen nog niet dat iedereen zelf bepaalt wat hij wanneer wil leren. Ze begrijpen ook nog niet dat de ander niet hoeft te zien wat jij ziet. Iedereen heeft zijn eigen werkelijkheid, neemt waar vanuit het eigen perspectief en handelt daarnaar. We kunnen om fijn samen te leven werken aan communicatie en zelfbewustzijn, de relatie met onszelf, de ander en de wereld. Maar we kunnen niet bepalen wat we vinden dat de ander moet leren als het gaat over aangaan van onhandigheden in gedrag of oud zeer.
Op school zijn we niet zo bezig met lessen in zelfbewustzijn. Je gaat naar school om schoolse vaardigheden te leren. Bij kinderen als Lotte ligt er echter een hele andere leervraag. De vraag over wie zij zijn op deze wereld en wat dit betekent voor de relatie met de ander en die wereld. Zonder aandacht te besteden aan deze essentiële behoefte raken kinderen als Lotte de weg kwijt en verliezen ze vooral zichzelf. Zonder zelfvertrouwen, het gevoel dat je gezien en begrepen wordt, het gevoel dat je gehoord wordt in jouw leervragen, kun je niet tot leren komen op een manier die de school van je vraagt. Deze kinderen proberen te overleven binnen het systeem. Om je nieuwe vaardigheden eigen te kunnen maken moet je veiligheid ervaren, en die veiligheid ontbreekt. Niet omdat het onderwijs zo slecht is, maar omdat het niet aansluit bij kinderen zoals Lotte.
Gelukkig zijn er o.a. particuliere initiatieven, B3 scholen, plekken waar zorg en onderwijs gecombineerd worden, waar veel Lottes ruimte vinden voor dit essentiële deel van hun zijn. Waar ze voelen dat ze niet raar zijn, waar ze ervaren dat er niets mis met ze is. Kinderen als Lotte hebben vooral ruimte nodig om weer te mogen voelen, ervaren en groeien in een omgeving met veilige kaders, aangegeven door volwassenen met een groot zelfbewustzijn, die authentiek zijn, kunnen reageren met een grote gevoeligheid voor wat de ander nodig heeft en zich bewust zijn van eigen blessures. Binnen een dergelijke setting is er geen therapie nodig, maar kan de tijd angst helen en kunnen Lottes op deze wereld al hun vragen over zichzelf en de wereld kwijt. Dan ontstaat er weer een veilige basis en kunnen er vandaaruit vaardigheden geleerd worden die weer handig zijn voor hun verdere leven. Vanuit ruimte, begrip, veiligheid en de natuurlijk intrinsieke behoefte om te willen leren.
Er is niets mis met Lotte en haar vrienden. Maar daar waar de schoen knelt, raken ze geblesseerd. Die blessure lossen we niet op door ze dezelfde schoen te blijven aanbieden. Een ruimer paar helpt helen!

 

Het opvoeden van hoogbegaafde kinderen.

 

Als moeder van drie inmiddels volwassen kinderen waarvan er één zeer duidelijk hoogbegaafd is en de anderen daar kenmerken van hebben, maar de focus van hun vragen aan mij en het leven ergens anders liggen, heb ik de nodige ervaring als opvoeder. Daarnaast heb ik in mijn werk inmiddels heel wat verhalen en vragen voorbij zien komen. Het thema opvoeden is me niet vreemd. Binnen de wereld van hoogbegaafdheid wordt er gesproken over het opvoeden van hoogbegaafde kinderen. De indruk ontstaat dat hoogbegaafde kinderen iets anders vragen dan andere kinderen. Ik trek dit in twijfel.

Wat ik zie dat is hoogbegaafde kinderen behoefte hebben aan duidelijkheid, aan gelijkwaardigheid in relatie, aan veiligheid, aan gezien willen worden in wie ze zijn met hun eigen pad en eigen ontwikkelvragen, aan buiten de kaders durven denken en gaan daar waar nodig, aan verbinding, aan nabijheid, aan uitleg waarom soms dingen moeten, het nut van regels……… Tot zover nog niets waarvan ik kan zeggen dat ieder ander kind hier niet heel goed bij zou gedijen. Eerlijk gezegd kan ik ook niets bedenken wat werkt voor hoogbegaafde kinderen wat niet werkt voor alle kinderen. Door in onze communicatie te doen alsof het iets bijzonders is voor deze kinderen, lijkt het of ´het probleem´ in de opvoeding bij deze kinderen ligt. Zij maken het ons als ouders ingewikkeld door te zijn wie ze zijn. Maar, eerlijk, hun vraag aan ons is niets uitzonderlijks. Gewoon er zijn, betrouwbaar zijn, behulpzaam, ze zien? Is dat ingewikkeld?

Natuurlijk kan dit ingewikkeld zijn doordat je wel kijkt, maar nog niet snapt waar je naar zit te kijken. Je weet niet hoe je het gedrag moet duiden. Dan kun je op onderzoek uitgaan om het te gaan begrijpen. Of je kind raakt met zijn of haar gedrag pijnpunten uit jouw geschiedenis. Ook dan ligt de bal bij jou om dat aan te gaan. Ook dat kan lastig zijn. Of, jij snapt je kind wel, maar de buitenwereld niet en dat doet iets met je. Best een uitdaging voor veel mensen. En dat is helemaal oké. Maar kunnen niet alle ouders hier in meer of mindere mate mee te maken krijgen? Hoe erg wijkt het af van anderen?

En ja, de wereld bestaat niet voor het grootste deel uit mensen met een hoogbegaafd brein en zijn. De uitdaging als hb-er om af te stemmen is er. De plek voor jouw kind vinden kan lastiger zijn. Het aantal thuiszitters is zorgelijk, en dat is een opgave wanneer je hiermee te maken krijgt. Maar, de basis, daar waar we het hebben over opvoeden en wat deze kinderen van ons als ouders vragen, ik zie eerlijk gezegd geen verschil. Wel in uitvoering, omdat de hoogbegaafde kinderen regelmatig sterkere signalen geven dat ze zich niet oké voelen, wat overigens ook kan gelden voor kinderen met ADHD, paranormaal begaafde kinderen, hoogsensitieve kinderen en kinderen met autisme. Dit maakt dat ze bij ons als opvoeders eerder een beroep doen op ons bewustzijn. Als jij jezelf niet kent of met je eigen ingewikkeldheden aan de slag gaat, is het opvoeden ingewikkelder. Niet in het kind, maar in jou zit de moeilijkheid. En dat is oké. Pak je het aan of leg je het bij je kind? Aan jou de keus. ik denk dat we ook kunnen vaststellen dat opvoeden voor velen van ons een uitdaging is. Niet onze kinderen, maar wijzelf maken het lastig, doordat we het liefst niet voelen wat we verborgen willen houden, doordat we denken dat het bij de buren anders is, doordat we onszelf niet genoeg liefhebben om onze gebreken te omarmen, doordat we bang zijn voor het verdriet dat we verborgen houden.

Laten we het bij het opvoeden de focus op ons als ouders gaan leggen. Ik denk dat opvoeden dan makkelijker wordt en onze kinderen ons dankbaar zijn. Dan kan de focus van het opvoeden van (hoogbegaafde) kinderen, naar jouw rol als opvoeder van jouw kind met jullie bagage. Dat lijkt mij een fijner uitgangspunt. En dan graag met liefde, zonder oordeel, dat ontwikkelt wat makkelijker. 😉

Als we blijven focussen op verschillen houden we het wij-zij in stand. Ik ga graag op zoek naar dat wat ons verbindt, zodat elkaar begrijpen dichterbij komt.

#opvoeden #hoogbegaafdekinderen #ouders #watisvanwie #verbinding

 

Trauma

Daar waar we onszelf niet helen, blijven we anderen beschadigen uit angst zelf ten onder te gaan. Daar zijn we ons niet van bewust. Er zullen geen volwassenen zijn die bij hun volle verstand ‘s ochtends opstaan en denken: ’Kom, ik ga vandaag eens een kind beschadigen’.  Maar helaas gebeurt het wel. Je daar bewust van kunnen zijn vraagt durven voelen, pijn toelaten en eigen beperkingen durven en kunnen zien.

In mijn werk zie ik kinderen die intens voelen, scherp waarnemen en van nature beschikken over een groot zelfbewustzijn. In de meest optimale situatie komen ze volwassenen tegen die ook beschikken over een gezonde dosis zelfbewustzijn, waardoor er, in lastige situaties, een veilige haven is waarin ieder zijn eigen stukken mag zien, dragen en helen en de ander niet belast wordt met zaken die niet bij hem horen. Bij De School voor Transitie, voor de geïnteresseerden, noemen ze dit de aanwezigheid van een secure base.

Niet iedereen is in staat te dealen met eigen blessures. De pijn, verborgen achter dikke muren, kan te groot zijn om aan te kijken. De angst om het niet te kunnen dragen heeft gemaakt dat alles wat te pijnlijk en ingewikkeld lijkt, diep weggestopt is en onbereikbaar geworden, zodat de mens in kwestie een ogenschijnlijk rustig leven kan leven, in balans, zonder al te veel gedoe.

Maar het nadeel is dat alles wat onderdrukt wordt er wel is. Niet gezien zoekt het zich een weg naar de uitgang als er conflicten dreigen die aan deze pijn raken. Wat gebeurt er dan? Er treedt een overlevingsmechanisme in werking. Koste wat het kost, maar dit gevoel moet weg. De coping die dan ontstaat is dat er een manier gezocht wordt om iets of iemand anders verantwoordelijk te maken voor het nare gevoel dat er is en de mogelijke oplossing. Je begrijpt dat dit kansloos is. Het recept voor verlies van verbinding en conflicten.

Het nadeel is ook dat ons waarnemingsruimte zo groot is als we zelf durven kijken. Je kunt je voorstellen dat kinderen die vanuit hun kind zijn en onbevangenheid zuiver en intens waarnemen en een zeer ruim kader hebben (waarvan de duiding nog ingewikkeld kan zijn doordat ze jong zijn), zich naast een volwassenen vol met weggestopte angst en verdriet, niet veilig wanen. Ze raken in de war en hun ontwikkeling komt in gevaar. Vervolgens gaat de focus naar het gedrag van het kind, het gedrag dat als problematisch wordt ervaren. Hierbij zijn betrokken volwassenen zich er niet van bewust dat zij zelf de trigger zijn voor dit gedrag en dus ook de oplossing in handen hebben. De focus gaat naar het kind, evenals de bedachte interventies. En zo laten we het kind alleen en geven we het een verantwoordelijkheid die het niet zou hoeven dragen.

Heling van kinderen begint bij ons volwassenen. Wij mogen voorleven en dapper zijn.

#trauma #helen #bewustzijn #verantwoordelijkheid